Vruchtwaterembolie

Een ingewikkeld syndroom met een misleidende naam

  • 00Inleiding
  • 01Casus
  • 02 
  • 03Symptomen van het vruchtwateremboliesyndroom
  • 04 
  • 05Pathofysiologie
  • 06Diagnose
  • 07Behandeling
  • 08Uitkomst
  • 09Casus: beloop en epicrise
  • 10Conclusie
  • 11Reacties (0)

Samenvatting

Het vruchtwateremboliesyndroom kan zich fulminant ontwikkelen en heeft vaak een fatale afloop. De afgelopen decennia zijn de pathofysiologische inzichten veranderd: nu wordt niet langer gedacht dat een embolie het beeld kan verklaren. Recentere analyses leggen de nadruk op het belang van het humorale en immunologische systeem, waarbij niet de antigenen zelf, maar de maternale respons hierop een anafylactoïde reactie initieert en een cascade veroorzaakt. Het klinisch beeld, dat zich meestal tijdens of direct na de partus ontwikkelt is heterogeen. De trias hypoxie, hypotensie en coagulopathie is in het merendeel van de gevallen aanwezig. De diagnose wordt primair op basis van de symptomen gesteld. De aanwezigheid van foetale cellen in de maternale circulatie is geen geschikt criterium voor het aantonen of uitsluiten van het syndroom. Vroegtijdige herkenning, invasieve monitoring en ondersteuning zijn cruciaal. Correctie van metabole en stollingsstoornissen is tot op heden de enige vorm van therapie.

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Haringa, N.L.
Painter, R.C.
Bouman, C.S.C.
Thema Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 17 juni 2016
Editie A&I - Jaargang 8 - editie - Editie 2, 2016

Leerdoelen

Na het bestuderen van dit artikel bent u op de hoogte van de veranderingen in de inzichten omtrent de pathofysiologie van het vruchtwateremboliesyndroom en begrijpt u waarom de term ‘embolie’ een onjuiste benaming is. U kunt de klassieke trias van symptomen van het syndroom benoemen, maar u realiseert zich ook dat de symptomen heterogeen kunnen zijn en weet welke andere differentiële diagnoses moeten worden overwogen. U bent ervan op de hoogte welke ondersteunende therapieën noodzakelijk kunnen zijn bij de behandeling van patiënten met dit syndroom.