Reanimatierichtlijnen voor volwassenen in Nederland

Door op 16-03-2012

In de nieuwe reanimatierichtlijnen 2010 ligt de nadruk op het zo spoedig mogelijk opstarten van ‘basic life support’ (BLS) door omstanders of professionals. De volgorde CAB (‘Chest compression- Airway-Breathing’) geeft minder vertraging bij het opstarten van BLS en heeft de voorkeur boven ABC. Het onderbreken van thoraxcompressies, voor bijvoorbeeld het beoordelen van arteriële pulsaties, dient zo kort mogelijk te zijn. De frequentie waarmee thoraxcompressies worden toegediend is verhoogd naar minimaal 100× per minuut ( 100-120×) en de diepte van compressie moet 5-6 cm zijn. Indien er sprake is van een schokbaar hartritme wordt bij defibrillatie na de derde schok medicatie 1 mg adrenaline en 300 mg amiodaron toegediend. Tijdens het opladen van de defibrillator dienen de thoraxcompressies te worden voortgezet om de onderbreking tot een minimum te beperken. Na het toedienen van de schok wordt er geen hartritmebeoordeling gedaan; dit gebeurt iedere twee minuten, vlak voor de volgende defibrillatie. Als er sprake is van asystolie is er geen bewijs dat atropine een gunstig effect heeft op de behandeling van de circulatiestilstand. In de nieuwe richtlijnen is er meer aandacht voor postreanimatiezorg.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Wolde, C. ten
Rinia, M.
Thema Hoofdartikel
Accreditatie 0.75 accreditatiepunten
Publicatie 16 maart 2012
Editie A&I - Jaargang 4 - editie - Editie 1, 2012

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel kunt u de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe reanimatierichtlijnen benoemen en toepassen. U kent de volgorde van handelen in de twee algoritmes bij een circulatiestilstand en weet deze toe te passen.