Perioperatief vochtbeleid bij kinderen

Door op 21-09-2011

Perioperatief vochtbeleid heeft tot doel homeostase en cardiovasculaire stabiliteit te bewaren, rekening houdend met de onderhoudsbehoefte, tekorten en de perfusie van de weefsels. De onderhoudsbehoefte wordt berekend met de 4-2-1- regel. Tekorten ontstaan door nuchter-zijn, gastro-intestinale verliezen, bloedingen, wondverdamping en interstitiële vochtverplaatsing. Vocht wordt gegeven in de vorm van isotone vloeistoffen. Hypotone vloeistoffen geven aanleiding tot hyponatriëmie met morbiditeit en mortaliteit. De meeste kinderen hebben peroperatief geen glucosetoediening nodig als drinken en eten vroeg postoperatief worden hervat. Neonaten, kinderen met cachexie, metabole stoornissen of ernstige infecties en met preoperatieve intraveneuze glucosetoediening dienen wel peroperatief glucose te krijgen. Hun glucosespiegel dient te worden gecontroleerd om hypo- en hyperglykemie te voorkomen. Colloïdale vloeistoffen hebben een rol bij de behandeling van hypovolemie, in het bijzonder door acuut bloedverlies. Neonaten hebben in de eerste week een lagere vochtbehoefte. Prematuriteit verhoogt de vochtbehoefte. Neonatale infusen bevatten glucose en een beperkte hoeveelheid natrium.

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Jonker, G.
Thema Hoofdartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 21 september 2011
Editie A&I - Jaargang 3 - editie - Editie 3, 2011

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel kunt u het belang aangeven van isotone infuusvloeistoffen in de perioperatieve fase, de risico’s van hyponatriëmie noemen, de indicaties noemen voor glucosehoudende infuusvloeistoffen peroperatief en een perioperatief vochtbeleid opstellen voor neonaten en oudere kinderen.