Hypertensieve crisis

Herkennen en behandelen

Bij een acute of symptomatische ernstige (>120-130 mmHg diastolisch of >200-220 mmHg systolisch) verhoging van de bloeddruk dient onderzocht te worden of er sprake is van een hypertensieve crisis, d.w.z. of er (kans op) acute orgaanschade of progressie van reeds bestaande orgaanschade is, of dat er sprake is van ernstige hypertensie zonder acute of progressie van orgaanschade. De term ‘hypertensieve crisis’ omvat twee situaties: 1 hypertensieve urgentie, waarbij er kans is op acute of progressie van orgaanschade maar deze er nog niet is, en 2 hypertensief noodgeval waarbij acute orgaanschade manifest is. De volgende hypertensieve noodgevallen worden onderscheiden: hypertensieve crisis met retinopathie, microangiopathie, acute nierinsufficiëntie of encefalopathie, cardiale ischemie, acuut hartfalen met longoedeem, acute aortadissectie, hersenbloeding of herseninfarct, adrenerge crisis, postoperatieve hypertensie, en pre-eclampsie/eclampsie. Afhankelijk van de aard van de hypertensieve crisis wordt bepaald hoe snel, in welke mate en met welke middelen de bloeddruk verlaagd dient te worden.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Bogaard, B. van den
Born, B.J.H. van den
Thema Gezondheidszorg algemeen
Publicatie 17 juni 2016
Editie A&I - Jaargang 8 - editie - Editie 2, 2016

Leerdoelen

Na het bestuderen van dit artikel kunt u het onderscheid maken tussen ernstige hypertensie, hypertensieve urgentie en hypertensief noodgeval. U bent in staat de verschillende vormen van hypertensief noodgeval te onderscheiden, een passende intraveneuze behandeling met antihypertensiva te kiezen en de snelheid van de bloeddrukverlaging en de streefbloeddruk te bepalen.