Fysiologische overwegingen bij het perioperatief gebruik van kristalloïden en colloïden 1 punt

Nascholingsartikel

De toediening van intraveneuze vloeistoffen behoort tot de dagelijkse routine van de anesthesioloog. Intraveneuze vloeistoffen dienen beschouwd te worden als medicamenten met hun eigen indicaties en bijwerkingen. Globaal kan onderscheid worden gemaakt tussen gebalanceerde en ongebalanceerde vloeistoffen en tussen kristalloïden en colloïden. Het toedienen van intraveneuze vloeistoffen kan o.a. leiden tot hyperchloremische acidose, hypo- en hyperkaliëmie en verstoring in de hemostase. Vochttoediening beïnvloedt bovendien de fysiologie van de circulatie en de vochtverdeling over het lichaam, onder meer door veranderingen in de viscositeit, de colloïd-osmotische druk en de integriteit van de endotheliale glycocalyx. In dit artikel worden de fysiologische aspecten van de voor- en nadelen van verschillende soorten infuusvloeistoffen besproken.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Download bij dit artikel

Direct abonneren

Word nu abonnee van A&I en ontvang:

• 4x per jaar het nascholingstijdschrift;
• toegang tot het online kenniscentrum;
• 4 geaccrediteerde e-learnings per editie.

Abonneren