Biomarkers rondom diagnostiek en beoordeling van nierfunctie en nierinsufficiëntie

Bij ernstig zieke patiënten worden tot op heden parameters als serum-creatininegehalte, glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) en urineproductie gebruikt om de nierfunctie te boordelen. Op het moment dat het serum-creatininegehalte stijgt en/of oligurie ontstaat, is er echter al sprake van aanzienlijke en soms irreversibele nierschade. Om veranderingen in GFR of tubulusdisfunctie vroegtijdig te kunnen detecteren zijn diverse potentiële biomarkers ontwikkeld. Daarmee kan de locatie van nierschade nader worden gespecificeerd; tegelijkertijd zouden deze markers kunnen bijdragen aan de preventie van verdere nierschade door tijdige interventie en aanpassing van de dosering van nefrotoxische middelen. De ideale biomarker voor de vroege detectie van acute nierinsufficiëntie is nog niet gevonden. Het combineren van markers zou de gevoeligheid en het onderscheidende vermogen van de tests kunnen vergroten.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Severs, D.
Almac, E.
Biemond-Moeniralam, H.S.
Thema Hoofdartikel
Accreditatie 1.5 accreditatiepunten
Publicatie 22 juni 2012
Editie A&I - Jaargang 4 - editie - Editie 2, 2012

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel heeft u inzicht in de epidemiologie, definiëring en pathofysiologie van acute nierinsufficiëntie bij ernstig zieke patiënten. U weet welke methoden op dit moment worden gehanteerd om nierfunctie en nierfunctiestoornissen te diagnosticeren. U kent de potentiële biomarkers die worden onderzocht om acute nierinsufficiëntie in een eerder stadium te diagnosticeren en de locatie van nierschade te detecteren.