Anesthesie bij plaatsing van een totale knieprothese

Door op 15-09-2014

De implantatie van een totale knieprothese is een veel voorkomende operatie in Nederland. Daarbij zijn verschillende soorten anesthesie en analgesie mogelijk. Als anesthesietechniek verdient spinale anesthesie met name bij patiënten met een hoog cardiaal risicoprofiel enige voorkeur boven algehele anesthesie. Voor de postoperatieve pijnstilling zijn lokale infiltratieanalgesie (LIA) en nervus-femoralisblokkade (NFB) de twee technieken die m.b.t. potentiële bijwerkingen een voordeel hebben boven epidurale analgesie. Voor fast-track zorgpaden lijkt de LIAtechniek de plaats in te nemen van de perifere zenuwblokkade, vanwege de mogelijkheid tot zeer vroege postoperatieve mobilisatie. Andere voordelen van LIA zijn de eenvoud van de techniek en de lage kosten. Hiernaast bestaan er verschillende additieve medicamenten zoals ketamine, dexamethason, gabapentine en NSAID’s/COX-2-remmers die in een multimodale pijnbehandeling als aanvulling gebruikt kunnen worden.

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Brackel, A.M.L.
Timmerman, L.
Thema Casuïstiek
Accreditatie 0.75 accreditatiepunten
Publicatie 15 september 2014
Editie A&I - Jaargang 6 - editie - Editie 3, 2014

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel kent u de verschillende vormen van anesthesie en analgesie die mogelijk zijn bij plaatsing van een knieprothese en bent u bekend met de voor- en nadelen en de mogelijke complicaties van deze verschillende technieken.